Een gerust hart

Vosje

Anna bleef zitten, ook toen de miezer overging in echte regen. De druppels gleden langs haar kraag, maar ze deed niets. “Het spijt me, het werkt gewoon niet meer.” Mark had het bijna zakelijk gezegd, alsof hij een abonnement opzegde. Ze had hem nog willen roepen, maar haar stem was ergens in haar keel blijven steken. Zijn rug werd kleiner en kleiner tussen de kastanjebomen van het Wilhelminapark in Utrecht, tot hij oploste in de mist van de vroege herfst.

Ze hapte naar adem, bleef zitten. Kwart over zes, de bank onder haar begon door te lekken. Even later voelde ze een blik, alsof iemand haar recht in het gezicht keek. Ze draaide zich om, te snel, maar het pad was leeg. Alleen aan de overkant, onder een houten bankje, zat een roestbruin straathondje. Het beest keek haar aan – niet bang, niet nieuwsgierig, maar met een leegte waar ze haar eigen gezicht in weerspiegeld zag.

Pas toen ze een halfuur later haar appartement aan de Blauwkapelseweg binnenstapte, greep de geur van Marks aftershave haar bij de keel. Ze duwde haar schoenen uit zonder te bukken, liet haar natte jas op de vloer vallen. Op het aanrecht stond zijn mok met ‘Vader van het jaar’ – een flauwe grap van een vriendengroep. Ze pakte hem vast, zette hem met een klap in de gootsteen, het randje brak eraf. Zijn handdoek hing scheef over de radiator. Ze trok hem los, gooide hem in de hoek. In de koelkast lagen de bitterballen die ze gisteren nog had gebakken, klaar voor de borrelavond die er nu nooit meer zou komen. Ze smeet de deur dicht en leunde met haar voorhoofd tegen het koude staal. Geen moeder om te bellen – die vond Mark toch een leeghoofd. Vriendinnen? Ja, die had ze ooit, maar ergens was ze al hun etentjes en berichtjes vaarwel gaan zeggen, omdat Mark altijd op de eerste plaats kwam.

Haar eigen spiegelbeeld staarde haar aan. Het asgrauwe gezicht, de lege ogen. Ze wreef met de rug van haar hand over haar mond, en toen zag ze het weer. Datzelfde hondje, diezelfde blik. Alsof ze naar zichzelf keek. Hoe vaak was ze dat beestje in het park niet voorbijgelopen? Altijd haast, altijd met haar hoofd bij Mark. En nu wist ze ineens precies hoe het zich voelde.

Ze trok haar natte jas weer aan, rende bijna terug naar de keuken, griste de bak met bitterballen uit de koelkast en stoof de trap af, naar het park. Twintig over zeven, de regen kletterde nu hard op de klinkers.

Op de plek waar ze het roodbruine hondje altijd zag, was niemand. Ze vloekte binnensmonds. Ze liep naar de bank, scheurde het folie van de bak en legde de bitterballen op de grond, op een droog stuk onder de zitting. Zelf ging ze op het puntje van de bank zitten, de kou vrat door haar broek. “Kom nou,” mompelde ze, haar ogen strak op de plek waar de bank op de tegels rustte.

Een minuut of tien. Toen een schaduw die zich losmaakte van het donker onder de bank schuin tegenover haar. Twee amberkleurige ogen, een natte neus die trilde. Het hondje lag opgerold, de vacht in plukken, en keek haar aan zonder te knipperen. Anna bleef doodstil zitten, haar handen op haar knieën. Het dier kroop een stukje naar voren, wachtte, snuffelde aan de lucht. Nog een stap. Nog een. Toen boog het zich over een bitterbal en schrokte hem in twee happen naar binnen. Anna’s ademhaling vertraagde. Het hondje at de tweede bal, en daarna pas keek het op. Zijn staart bewoog één keer.

Ze stak heel rustig haar hand uit, niet naar het beest toe, maar gewoon voor zich uit, handpalm omlaag. De hond stapte naar voren en snuffelde aan haar vingers. Ze voelde de kou van de natte neus tegen haar knokkel. Toen duwde hij zijn kop tegen haar pols. Ze hield haar hand stil tot hij zelf zijn schouder onder haar vingers school.

Ze nam het trillende lijfje op, sloeg haar jas eromheen en liep naar huis, de lege bak in haar andere hand geklemd.

Thuis zette ze het hondje op een oude fleecedeken bij de verwarming. Het at nog een bitterbal, langzamer deze keer, en rolde zich toen op tot een bolletje met de staart over de neus. Anna goot kokend water in haar mok, deed er een scheut Jameson van 39 euro bij – de fles die ze ooit voor Mark had gekocht – en liet zich op de vloer naast de deken zakken. De vloerplanken kraakten. De hond tilde zijn kop op, keek haar even aan en zuchtte een diepe, vochtige zucht. Daarna sloot hij zijn ogen.

Buiten rammelde de regen tegen het raam. Anna strekte haar benen en legde haar hand op de warme vacht. De hond schoof in zijn slaap dichter naar haar toe, zijn ademhaling een traag piepje bij elke uitademing. Ze bleef zitten tot het geluid van de druppels op het glas overging in het ruisen van de nacht en haar vingers in het roestbruine vel bewogen op het ritme van een hartslag.

Like this post? Please share to your friends:
Odissea
Leave a Reply

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: