Een gerust hart

Ik heet Mirjam. Twaalf jaar adviseer ik over katten die ineens dingen doen waar het hele huis krom van staat. De meeste meldingen lijken op elkaar. Die van Saskia uit Rotterdam-Zuid onthoud ik, al was het maar omdat haar man Ronald die middag tien minuten naar het bushokje aan de overkant heeft staan kijken zonder één woord te zeggen.

Saskia kwam op een dinsdag in november mijn praktijk aan de Oude Binnenweg binnen. Ze zette haar paraplu in de standaard en veegde haar handen af aan haar jas. Buiten stroomde de regen over de rails van tram 7. In de gang rook het naar natte wol en de koffie van de buren. Haar stem klonk schor. Hun kat Mies had haar eerste nest gekregen: vier kittens, allemaal kerngezond. Saskia had een ruime doos in de slaapkamer gezet, bekleed met een oude badhanddoek, weg van het raam en ver van de deur. Mies was erin bevallen en lag er die eerste nacht tevreden bij. De volgende ochtend was de doos leeg. Saskia vond de vier jongen in de hal. Eén per schoen, precies op de inlegzool van Ronalds hoge werkschoenen.

‘Ik heb ze teruggelegd,’ zei ze. ‘Binnen een uur waren ze weer weg. Mies keek me aan alsof ze zeggen wou: blijf daar af, ik weet het beter dan jij.’

Wat volgde was een week experimenteren. Een grotere doos, een kleinere, een dichte mand met een gat erin. Ze zetten het nest in de badkamer, in de trapkast, zelfs onder het bed van de oudste. Mies haalde de kittens er elke keer uit en bracht ze naar dezelfde plek. Niet naar de gympen van hun zoon, niet naar de pantoffels van Saskia, niet naar de regenlaarzen bij de deur. Alleen naar Ronalds werkschoenen. Alsof er een bordje boven hing.

Toen ze de schoenen in de kast verstopten, ging Mies voor de gesloten deur zitten janken. Ze stopte met eten en liet de kittens langer alleen. Uiteindelijk zette Saskia de schoenen terug.

‘Ik snap er niks van,’ zei ze. ‘Het is geen bevlieging meer. Ze wil per se die schoenen van Ronald. Die heeft notabene altijd gezegd dat hij niks met katten heeft.’

Ik vroeg haar iets wat ze niet had verwacht: ‘Wie is voor Mies de belangrijkste in huis? Bij wie slaapt ze overdag? Wie begroet ze het hardst? Wie volgt ze door de kamers?’ Saskia antwoordde meteen: ‘Ronald. Altijd al geweest. Vanaf de dag dat ze als kitten binnenkwam. Ze sliep op zijn borst. Hij mopperde dat katten onzin waren, maar Mies trok zich er niks van aan. Ze liep achter hem aan alsof hij de enige mens in huis was.’

Ik vroeg haar een foto van de hal te sturen. Op de foto zag ik de twee werkschoenen naast de deurmat. Ernaast stond het houten trapje van de kinderen, met nog een verfpotje erop. Op de mat lag een reclamefolder van de bakker op de hoek. Mijn oog bleef hangen bij de schoenen: de inlegzolen waren afgetekend met de vorm van Ronalds voeten, donker van het gebruik.

Ik legde Saskia uit waarom Mies nou juist die schoenen koos. Een kat leest de wereld met haar neus. Waar wij een hal zien, ziet zij een plattegrond van geuren. De sterkste en meest vertrouwde geur in huis zit in kleding en schoenen, omdat iemand die spullen de hele dag tegen zijn lijf draagt. Ronalds werkschoenen waren doordrenkt met een mengsel van zweet, houtlijm en zaagsel. Voor Mies rook dat niet vies. Het rook naar de enige beschermer die ze had. Na de bevalling zoekt een moederpoes niet de mooiste of de comfortabelste plek. Ze zoekt de plek die het meest beschermd is. Voor Mies was dat de plek waar de geur van haar belangrijkste mens het sterkst was. Ze bracht de kittens niet naar schoenen; ze bracht ze naar de geur van de man die haar nooit had laten vallen, ook al beweerde hij dat hij niets om katten gaf.

Toen Saskia het aan Ronald vertelde, bromde hij eerst wat. ‘Geloof je die onzin echt?’ Daarna liep hij naar het raam. Hij bleef er lang staan, met zijn handen in zijn zakken, kijkend naar de tramhalte. Saskia heeft me later verteld dat hij die avond niet meer over katten heeft gemopperd.

Saskia zette de schoenen niet terug in de hal. Ze zette er een grote mand neer, tegen het schoenenrek aan. Onderin legde ze een katoenen T-shirt van Ronald. Hij had het op mijn advies drie dagen gedragen. Toen hij het uittrok, zei hij: ‘Als die kat dat shirt nou ook in de modder gooit, koop ik er zelf een nieuwe.’ Maar hij heeft het zelf in de mand gelegd.

Mies besnuffelde de mand een hele tijd. Haar neus ging over de rand, over het shirt, over de randen van de mand. Toen tilde ze één voor één de vier kittens op en legde ze op het T-shirt. De schoenen bleven leeg.

Twee weken later kwam ik langs voor een controle. Het eerste consult had 85 euro gekost, maar daar hadden we het die middag niet over. De mand stond in de hal, tegen het schoenenrek. Ronald zat op de bank. In de borstzak van zijn overhemd sliep een kitten. De andere drie lagen op zijn schoot. Hij keek op en zei: ‘Ze heeft ze aan mij gegeven, hè. Dan zorg ik er ook voor.’ Meer had hij niet nodig.

Een half jaar later kreeg ik een foto van Saskia. Ze waren verhuisd naar Capelle aan den IJssel. Bij het uitpakken vond ze in een doos met papieren een mapje van de dierenarts. Daarin zaten de vaccinatiebewijzen van de vier kittens, allemaal op Ronalds naam. Hij was er de ochtend na haar telefoontje al geweest, had alles geregeld en betaald. Niemand had hem dat gevraagd.

Like this post? Please share to your friends:
Odissea
Leave a Reply

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: