Zeven dagen voor hemzelf
  “Je hebt een week om te vertrekken. Ik trek hier met mijn nieuwe vrouw in,” zei Jeroen. Alsof hij het over nieuwe gordijnen had. Marit stond in
Odissea
Haar auto, hun weekend
  “Wist je dan helemaal niets?” vroeg Sanne, terwijl ze de lege theekop van zich af schoof. “Niet dat jouw moeder zogenaamd even naar buiten wilde? Niet dat
Odissea
De sleutel paste niet meer
  “Eva, ik sta bij het appartement van papa en mama. Mijn sleutel past niet. Is er iets met het slot?” Eva zat aan de keukentafel met een
Odissea
De man met de witte chrysanten
In de bus naar Utrecht Centraal was nog één plek vrij. Bij het raam, naast een oudere man in een versleten bruine jas. De kraag was kaal, de
Odissea
De kamer die ze al hadden leeggehaald
  “Ma, maak je alsjeblieft niet druk. Je spullen zijn al ingepakt.” Elly bleef in de gang van haar eigen appartement staan. De trap van het ziekenhuis naar
Odissea
Hij kwam niet terug voor haar
Buiten viel natte sneeuw tegen de ramen van het kleine huis aan de rand van Drenthe. Binnen was het warm. In de kachel knetterde hout, op tafel stond
Odissea
De vrouw bij het tuinhek
  Het huwelijk van Ruben en Elise werd gevierd in de tuin van het huis van de familie Van Dalen, aan de rand van een Brabants dorp. De
Odissea
De jongen van de wateremmers
  Oude Willem van Dijk woonde alleen aan de rand van een dorp in Friesland, in een houten huis dat donker was geworden van regen, rook en jaren.
Odissea
De zus uit het blikken doosje
  Toen zijn moeder stervende was, zat Peter bijna onafgebroken naast haar bed in het kleine huis aan de rand van Drenthe. Zijn moeder, Johanna, lag bij het
Odissea
De test die alles veranderde
    Sophie vond het bonnetje op het kastje in de gang.   Haar schoonmoeder, Wilma, moest het hebben verloren toen ze haar portemonnee zocht. Een gewoon wit
Odissea