Twee lentes later
Ik weet nog precies hoe het voorjaar dat jaar ineens doorbrak. Drieëntwintig maart, een zaterdag, en het had de hele week geregend alsof de Lek overstroomde. Thijs keek
Odissea
Lotte troost haar vader met een bruiloft aan de Oude Rijn
De dag dat ze vertrok, regende het pijpenstelen en blafte de hond van de buren onophoudelijk. Ik stond in de gang van ons rijtjeshuis in Leiden, met de
Odissea
Het rode setje
Ik had de cadeaubon pas net op tafel gelegd of Lieke sprong al om mijn nek. Bram nam een slok koffie en bekeek de envelop alsof er een
Odissea
Tien namen op zijn rug
De eerste keer dat ik die tatoeage zag, was op een zomeravond in een bungalow op Texel. We waren net een halfjaar getrouwd. Thomas kwam uit de douche,
Odissea
Een gerust hart
Daniel Visser fietste langs de gracht, maar hij zag het water niet. Het was half november en de straatlantaarns van Utrecht wierpen hun oranje schijn op de klinkers,
Odissea
Een hand op mijn buik
De eerste zintuigelijke indruk was niet het felle plafondlicht of de piepende monitor naast me. Het was dat mijn rechterhand op mijn buik lag, alsof iemand hem daar
Odissea
De Roze Envelop in de Kast
Het geluid van een claxon scheurde de ochtend aan flarden. Niet zo’n kort, geïrriteerd getoeter van iemand die voor het stoplicht stond, maar een zware, statige stoot die
Odissea
Ze vond ons huis een bouwval — tot ze het wilde inpikken voor mijn zwager
Ze belde net op het moment dat ik mijn handen in de stamppot had zitten. Ik dacht dat het de buurman was die zijn ladder kwam lenen. Maar
Odissea
Het papier op de keukentafel
„Ik ga nooit met je trouwen, Merel. Een huwelijk is niks meer dan een stom stukje papier. Als jij een contract nodig hebt om je veilig te voelen,
Odissea
Een gerust hart
Mijn moeder lag bijna vijf uur op de koude tegelvloer. Haar telefoon stond onaangeroerd op het aanrecht in de keuken, een meter of vier bij haar vandaan. Ze
Odissea