Een lege ringvinger
Hanneke zette de emmer met snijbloemen op de betonnen vloer van haar atelier en veegde haar handen af aan haar schort. De bestelling op haar iPad was gedetailleerd
Odissea
Een gerust hart
Henk zette de vuilniszak naast de ondergrondse container en bleef staan. Bovenaan stak het oude rieten kattenmandje uit, dat hij twintig minuten geleden nog bij het grofvuil had
Odissea
De ereschuld
Het familiediner in Huize Rust en Vreugd, een sterrentent verscholen in de bossen bij Hilversum, was een jaarlijkse parade van zelfgenoegzaamheid. Mijn vader, Hendrik van Dam, zat aan
Odissea
Een vonkje hoop in de donkere dagen
De kou hing als een natte deken in het kleine huisje aan de Weteringdijk. Martha zat in haar leunstoel bij het raam, een verschoten wollen deken strak om
Odissea
De stille bezoeker
Een kamer van twaalf vierkante meter. Een bed met een bleekblauwe sprei. Een raam dat uitkijkt op een gracht waar ’s winters de meeuwen zwijgen. En een klok.
Odissea
Stilte na de storm
Anne was zevenenveertig en had de hoop allang opgegeven. Toen ze die dinsdagochtend in de badkamer stond, met de test in haar trillende handen, dacht ze eerst dat
Odissea
Een gerust hart
De rook van de sigaar van mijn vader kringelde traag naar het plafond van de serre. Iedereen zat nog lui na te tafelen, borden met kruimels van de
Odissea
Schijnsels op Station Hollands Spoor
De tl-buizen van de stationshal gaven een koud, blauwig licht af dat alle reizigers even bleek maakte. Ik stond voor de vitrine van de juwelier, mijn weekendtas klam
Odissea
De vraag die het zwembad stil kreeg
De zon hing laag boven het buitenbad in Utrecht en het chloor prikte in mijn neus. Het was de eerste keer in drie weken dat ik met allebei
Odissea
Een gerust hart
De stem van buurvrouw Sanne klonk gespannen door de intercom. „Roos, ik weet dat het kort dag is, maar zou jij… misschien een middag op Daan kunnen passen?
Odissea