Een gerust hart
De regen stond met bakken uit de hemel en veranderde onze oprit in een spiegel van zilver toen Kim belde. In de bijkeuken rook het naar warme was
De envelop was dun, maar hij brandde in mijn handen alsof er glas in zat. Vijftien minuten eerder had Pieter Brons me ontslagen zonder me ook maar aan
De cardiologe keek me aan over haar halve brilletje. „Mevrouw De Groot, hoe voelt u zich de laatste tijd?” Ik opende mijn mond om te antwoorden, maar naast
Ik kon niet slapen. Dat was op zich niets bijzonders – de laatste maanden had ik ’s nachts vaak het gevoel dat er iets niet klopte, een onrust
We zaten op een dinsdagavond in maart achter Thijs’ laptop, onze keukentafel aan de Oudegracht bezaaid met offertes en open enveloppen van de trouwlocatie. We hadden een oude
De donderdag dat tante Margriet stierf, stond ik in haar slaapkamer in Zwolle te kijken naar de regen die al de hele ochtend tegen het raam sloeg. Buiten
De deuren van de uitslaapkamer zwaaiden open en een verpleegkundige verscheen met een bundel wit in haar armen. De gang was vol: Maarten stond er, zijn moeder Trees,
Ze hadden pas zes maanden iets toen Thomas voorstelde om zijn moeder te ontmoeten. "Het wordt tijd," zei hij, "ze vraagt elke keer wanneer ik langskom wie toch
Ros De regen striemde tegen de houten bank aan de Oudegracht. Ik zat eronder, met mijn staart tegen mijn neus gedrukt, en probeerde een plan te bedenken voor
Femke zette de pan met gekookte aardappelen op tafel. Daan keek ernaar alsof ze een dode mus had geserveerd. “En de jus?” Zijn vork prikte in de lucht.
